Vloeibare aardolieproducten
Definitie

(Lijst GS-codes die onder deze kaart vallen)
Aardolieproducten in bulkverpakking: minerale brandstoffen, oliën en producten van distillatie daarvan, bv. benzine, kerosine, gasolie, stookolie, smeermiddelen, vetzuurmethylesters (FAMAE) en andere biobrandstoffen, FAMAE-mengsels met minerale brandstoffen en soortgelijke producten.

Voor monsterneming van brandstoffen en smeermiddelen in de vorm van romige of harde pasta, zie de specifieke kaart voor “Was”.

Voor afgewerkte oliën, zie de specifieke kaart voor “Afval”.

Voor producten in verpakkingen voor de verkoop in het klein, zie de specifieke kaart: “Verpakkingen, opgemaakt voor de verkoop in het klein“.

Vloeibare aardolieproducten
Aanbevolen minimale hoeveelheid voor elk monster 0,5 l

0,1 l indien alleen de markertest is vereist

1 l benzine indien de bepaling van het octaannummer met de motormethode is vereist
Toepasselijke normen (ISO- en EU-normen) en relevante wetgeving
  • EN ISO 3170: Vloeibare aardolieproducten - Handmatige bemonstering
  • EN 14275: Brandstoffen voor wegvoertuigen. Beoordeling van de kwaliteit van benzine- en diesel. Bemonstering van brandstofpompen in de detailhandel en op bedrijfsterreinen.
  • ISO 1998-5 Aardolie-industrie - Terminologie - Deel 5: Vervoer, opslag, distributie.
  • ISO 3171 Vloeibare aardolieproducten. Automatische bemonstering in pijpleidingen.
Raadpleeg ook uw nationale wetgeving en nationale richtsnoeren met betrekking tot bemonstering.

Benodigde apparatuur
Voorgestelde monsternemer naargelang de gebruikte methode
  • Vacuümpomp (L01-01).
  • Dompelvat (L02-01).
  • Monsternemingspipet (L03-01).
  • Monsternemingsbeker (L04-01).
  • Apparatuur voor continue automatische of handmatige bemonstering, bv. monsternemer voor pijpleidingen (L06-01). Onder de apparatuur valt niet enkel de automatische monsternemer die de monsters uit de leiding neemt, maar ook de geschikte sonde, verbindingsleidingen, hulpapparatuur enz. Al deze apparatuur moet ervoor zorgen dat het monster intact blijft.
  • Mengvat en vat voor spoelafval
  • Trechter
Te gebruiken houders voor de bemonstering De houders moeten zijn vervaardigd uit kunststoffen die bestand zijn tegen vloeibare aardolieproducten (PP of PET), glas of metaal met geschikte kurken of plastic stoppen (niet uit rubber).
  • Plastic fles, smalle opening, normaal formaat, 100 tot 500 ml, lekdichte afsluiting (P01, P06, P07).
  • Fles van donker glas, groot formaat, 500 tot 1 000 ml, lekdichte afsluiting (G01).
  • Metalen bus , groot formaat, 500 tot 1 000 ml, lekdichte afsluiting (M01).
Laat minimaal 10 % lege ruimte over in de houder voor eventuele thermische uitzetting!
  • Voor benzine - alleen glazen of metalen houders, minimumcapaciteit 1 l.
Veiligheidsvoorzorgen en risicobeoordeling Gelieve uw nationale wetgeving en richtsnoeren met betrekking tot gezondheid en veiligheid te raadplegen.
  • Zie het VIB of de ADR indien beschikbaar.
  • Let op de veiligheids- en waarschuwingstekens.
  • Draag persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • U moet op de hoogte zijn van en voldoen aan alle gezondheids- en veiligheidsvoorschriften van de plaatselijke risicobeoordeling en/of veilige praktijken op het werk voor de plaats waar u de bemonstering moet uitvoeren.
  • Zeer licht ontvlambare vloeistof en damp (bv. benzine). Neem voorzorgsmaatregelen tegen ontsteking wegens statische elektriciteit.
  • Neem geen monsters tijdens onweer met elektrische ontladingen of hagel.
  • Voor aanvang van de bemonstering moet de persoon die het monster neemt alle geaccumuleerde statische ladingen op zijn of haar lichaam naar de aarde afvoeren door een deel van de structuur van de tank op minstens 1 meter afstand van de monsternemingsplaats aan te raken.
  • Als u voor het bemonsteren de ruimte boven op een tank moet betreden, moeten er minstens twee personen aanwezig zijn die zijn uitgerust met gepaste persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Tanks met vlottende afdekking. Bemonster deze indien mogelijk altijd vanop de hulpsteiger of het toegangsplatform boven de afdekking, aangezien er zich giftige of ontvlambare dampen kunnen ophopen in de dakruimte. Als u zich op de afdekking moet begeven, moeten er minstens twee personen aanwezig zijn met gepaste ademhalingsbescherming, tenzij kan worden aangetoond dat de lucht boven de afdekking veilig is.
  • Alle apparatuur moet intrinsiek veilig zijn.
Persoonlijke beschermingsmiddelen:
  • Handbescherming: vervaardigd uit in koolwaterstof onoplosbaar materiaal, zoals pvc-handschoenen en kaphandschoenen.
  • Oogbescherming: veiligheidsbril, masker of gelaatsscherm (indien nodig).
  • Ademhalingsbescherming: met een gepast filter voor organische dampen (indien nodig).
  • Voetbescherming: antistatische antislipschoenen.
  • Lichaamsbescherming: veiligheidskleding uit katoen, linnen of wol (geen synthetische vezels), vlamvertragend en antistatisch.
  • Veiligheidshelmen, gehoorbeschermers en een veiligheidsgordel (indien nodig).

Monsternemingsplan
Soort zendingProcedure
Zending voor douaneafhandeling Eén verzamelmonster bestaat uit een toereikend aantal ondermonsters dat op willekeurige of systematische wijze uit de zending is gekozen. Als u zeker weet dat de zending homogeen is, wordt er doorgaans één ondermonster genomen dat de in dezelfde douaneaangifte opgenomen goederen vertegenwoordigt.

Stabiele metalen verticale of horizontale cilindervormige tanks. Eén verzamelmonster uit één of meerdere ondermonsters, genomen op verschillende hoogten, afhankelijk van het vloeistofpeil in de tank en het aantal tanks dat willekeurig of systematisch uit de zending is gekozen, zie Bemonstering van vloeistoffen in het algemene deel.

Voor een vloeistofpeil > 3 m worden doorgaans drie monsters genomen op minstens drie hoogten: ongeveer 15 % van de bodem, in het midden en ongeveer 15 % van het bovenoppervlak van het product in elke lading.

Controleer of de lading homogeen is - als u hierover twijfelt, moet u meer ondermonsters nemen. Er kunnen extra verzamelmonsters worden samengesteld uit tanks indien deze verschillende producten of ladingen bevatten.

Een verzamelmonster bestaat uit ondermonsters uit dezelfde tank. Als er een verzamelmonster nodig is voor meerdere tanks, moet het bestaan uit evenredige delen van elke bemonsterde tank.

Een monster wordt doorgaans genomen via de opening aan de bovenkant door het luik of met gebruik van speciale monsterkraantjes die aan de zijkant van de tank op de juiste hoogten worden geplaatst. Ook kan dwarsdoorsnedebemonstering worden gebruikt. Ook kan er een vacuümpomp worden gebruikt als de diepte waarop het monster moet worden genomen niet meer bedraagt dan 4 m en de viscositeit van de vloeistof niet te hoog is.

Monsters kunnen ook tijdens het laden of lossen worden genomen als de brandstof wordt verplaatst.
Zeevaartuigen De meeste grote zeevaartuigen hebben faciliteiten voor bemonstering in de pijpleiding. Het is vanwege veiligheids- en milieuvoorschriften niet mogelijk handmatig monsters te nemen. In schepen worden luchtdichte systemen gebruikt om ontvlambare gassen op te vangen.

De totale capaciteit van een zeevaartuig voor het vervoer van vloeibare vracht is doorgaans verdeeld in een aantal onafhankelijke zones (reservoirs, segmenten, compartimenten enz.) die kunnen verschillen in grootte. De bemonsteringsprocedures en de samenstelling van verzamelmonsters zijn dezelfde als beschreven voor stabiele metalen verticale of horizontale cilindervormige tanks. Uit iedere tank worden ondermonsters genomen.

Een verzamelmonster bestaat uit ondermonsters uit dezelfde tank. Als er een verzamelmonster uit meerdere tanks is genomen, moet het bestaan uit evenredige delen van elke bemonsterde tank.
Bunkertanks Bunkertanks bevatten brandstof voor de motor van zee- of riviervaartuigen. Bunkertanks zijn zo gevormd dat ze in ruimten passen die niet voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt. De vulpijp heeft vaak een onregelmatige vorm. In sommige gevallen is het mogelijk om een monster te nemen door de vulpijp of van de kraan bij het waterafscheidings- en/of filteronderdeel. Als er water of bezinksel wordt waargenomen, moeten deze monsters worden weggedaan en moeten er monsters worden genomen wanneer er geen sporen van water of bezinksel meer zijn. Dit monster wordt gebruikt voor de beoordelingstest voor brandstof.
Motorrijtuigen en tankwagens die langs de bovenzijde worden gevuld Tanks van spoor- en wegvoertuigen kunnen worden beschouwd als horizontale cilindervormige tanks.

Eén verzamelmonster uit één of meerdere ondermonsters, genomen op verschillende hoogten, afhankelijk van het vloeistofpeil in de tank en het aantal tanks dat willekeurig of systematisch uit de zending is gekozen, zie Bemonstering van vloeistoffen in het algemene deel.

Voor een vloeistofpeil < 3 m wordt doorgaans één ondermonster genomen uit het midden van de tank. Controleer of de lading homogeen is - als u hierover twijfelt, moet u meer ondermonsters nemen. Er moeten aparte verzamelmonsters worden samengesteld uit tanks indien deze verschillende producten of ladingen bevatten.

Een verzamelmonster bestaat uit ondermonsters uit dezelfde tank. Als er een verzamelmonster nodig is voor meerdere tanks, moet het bestaan uit evenredige delen van elke bemonsterde tank.

Een monster wordt doorgaans genomen via de opening aan de bovenkant door het luik of met gebruik van speciale monsterkraantjes die aan de zijkant van de tank op de juiste hoogten worden geplaatst. Ook kan dwarsdoorsnedebemonstering worden gebruikt. Ook kan er een vacuümpomp worden gebruikt als de diepte waarop het monster moet worden genomen niet meer bedraagt dan 4 m en de viscositeit van de vloeistof niet te hoog is.

Een monster kan ook na het laden of vóór het lossen worden genomen als de brandstof wordt verplaatst.
Brandstoffen in beweging Eén verzamelmonster: Als het product mechanisch in beweging wordt gebracht door zwaartekracht, pompen of andere apparatuur, kunnen er wisselkleppen aan de zijkant van de brandstofpijp zitten die gebruikt kunnen worden om monsters te nemen met regelmatige tussenpozen, afhankelijk van de snelheid waarop de brandstofstroom beweegt, zie Vracht in beweging bemonsteren in het algemene deel.

Deze procedure wordt ook gebruikt voor bemonstering van tanks die aan de onderzijde worden gevuld tijdens laden of lossen.
  • Monsters mogen alleen op de hiertoe aangegeven plaatsen worden genomen tijdens het laden of lossen van brandstof, bv. een benzinestation of een raffinaderij, of met een gesloten pompsysteem met dampterugwinning.
  • De bemonstering wordt uitgevoerd met apparatuur voor continue automatische of handmatige bemonstering, waarbij gelijke hoeveelheden vloeistof van de pijpleiding naar de monsterhouder worden overgebracht.
  • Voordat een monster wordt genomen, moeten de bemonsteringsapparatuur, kraan en buis ongeveer drie keer met het bemonsterde product worden gespoeld.
  • Een monster wordt rechtstreeks in de bemonsteringsfles gegoten (of in het mengvat) wanneer ongeveer 20 %, 50 % en 80 % van het totale volume van de tank is gelost.
Benzinestations in de detailhandel en op bedrijfsterreinen Een verzamelmonster wordt genomen met behulp van de vulpistolen aan de pompen.

Als u niet kunt vaststellen of de leiding van de brandstofpomp verse brandstof bevat, moet er minstens 4 l brandstof worden afgevoerd voordat u met de monsterneming begint.

De monsterhouder voor de eindmonsters moet met behulp van een trechter of een verlengbuis rechtstreeks worden gevuld vanuit de brandstofpomp om verdamping van de brandstof te voorkomen. De monsterhouder moet langzaam worden gevuld om schuimvorming te voorkomen.

De houder mag maximaal voor 80-90 % worden gevuld om ruimte over te laten voor warmte-uitzetting.
Brandstoffen uit de tank van motorvoertuigen Het monster wordt genomen uit de hals van de brandstoftank, doorgaans met behulp van een vacuümpomp of monsterapparatuur met een sonde, en rechtstreeks in de monsterhouders gegoten.
Vaten, trommels, bussen en soortgelijke kleine draagbare houders Eén of meer verzamelmonsters: uit ondermonsters (één of meerdere, afhankelijk van de homogeniteit van het product en het aantal containers) die genomen zijn uit het midden van elke willekeurig of systematisch gekozen houder uit de zending, zie Monsterneming uit transportpakketten in het algemeen deel.

Er moeten gelijke hoeveelheden ondermonsters worden genomen uit de verschillende houders die op verschillende plaatsen in het vervoersmiddel of in de opslagplaats liggen.

Een verzamelmonster mag enkel worden samengesteld uit houders van dezelfde lading in dezelfde zending. Als er verschillende ladingen zijn, moeten deze afzonderlijk worden geïdentificeerd en bemonsterd.

Zorg er altijd voor dat de inhoud van de houder homogeen is, indien mogelijk.

De monsterneming wordt uitgevoerd met behulp van een vacuümpomp, verscheidene monsternemingspipetten of andere geschikte monsternemers.

Als er slechts uit één houder (bv. vat) een monster wordt genomen, moet het rechtstreeks van de monsternemer in de monsterhouder worden gegoten.

Omgaan met monsters
Algemene opmerkingen Continue automatische monsterneming (als de brandstof in beweging is) heeft altijd de voorkeur boven handmatige bemonstering.

Ruwe aardolie en aardolieresiduen zijn doorgaans niet homogeen. Het aantal ondermonsters moet door alle betrokken partijen worden overeengekomen, tenzij er continue automatisch wordt bemonsterd. Wanneer het niet lukt om tot een overeenkomst tussen alle betrokken partijen te komen (door handhaving of wanneer de eigenaar onbekend is) wordt het monster genomen volgens de monsternemingsplannen hierboven.

Benzine en distillaten zijn doorgaans homogeen, maar zitten vaak in tanks met duidelijk afgescheiden water op de bodem. Handmatige bemonstering in overeenstemming met de hieronder beschreven procedures is aanvaardbaar. Indien er zichtbaar water in de monsterfles zit, moet u de waterlaag in de tank meten. Gooi het monster weg en neem een nieuw monster van de brandstof boven de waterlaag. Hetzelfde geldt voor bezinksel in het monster.

Sluit de fles onmiddellijk na het verkrijgen van het monster met een luchtdichte afsluiting en controleer of de fles volledig dicht is (lektest).

Neem een stromend monster rechtstreeks in de monsterfles, indien mogelijk. Hierdoor wordt het risico op luchtabsorptie, dampverlies en verontreiniging verlaagd. Spoel de fles vlak voor de monsterneming met het te bemonsteren product. Gebruik in de zomermaanden vooraf gekoelde flessen voor vluchtige stoffen (benzine).

Indien er een mengvat wordt gebruikt, moet dat van tevoren worden gewassen met het te bemonsteren product. Alle ondermonsters van alle monsterplaatsen worden verzameld en goed gemengd om een verzamelmonster samen te stellen. Gebruik in de zomermaanden een vooraf gekoeld mengvat voor vluchtige stoffen (benzine).

Het monster moet buiten of in een goed geventileerde plaats worden verwerkt en verpakt.

Vergeet niet dat er altijd onzuiverheden en afvalwater in de bodem van de tanks aanwezig zijn.
Bemonsteringsformulier Vul het bemonsteringsformulier in. Voeg één exemplaar toe aan de monsters en houd één exemplaar om te archiveren.
Vervoer De monsters moeten worden geëtiketteerd om aan te duiden wat de specifieke aard is van het gevaar dat ze inhouden (symbolen of codeletters).

Ontvlambare vloeistoffen zijn een gevaarlijk materiaal waarvan het vervoer onder de ADR-voorschriften valt. Er kunnen uitzonderingen van toepassing zijn voor gevaarlijke goederen die in beperkte hoeveelheden zijn verpakt. Als er combinatieverpakkingen worden gebruikt (bestaande uit een binnen- en buitenverpakking die niet kan scheuren of gemakkelijk door te prikken is), mag een maximum van 30 l worden vervoerd, waarvan maximaal 10 l mag behoren tot ontvlambare producten van klasse 1, bv. benzine, zie Vervoer in het algemene deel.

Het vervoersmiddel moet over een geschikte brandblusser beschikken.
Opslag Sla de monsters op in een koele, donkere, droge en goed geventileerde plaats en uit de buurt van warmtebronnen.

Zorg ervoor dat de houders goed gesloten blijven om verlies van vluchtige componenten en kruisbesmetting met andere monsters te voorkomen.

Gebruik indien mogelijk een geventileerde kast voor brandbare stoffen.

De nodige waarschuwingstekens moeten worden aangebracht.

Vloeibare aardolieproducten (breid lijst uit )
GS-nummer Beschrijving


Herzieningen
Versie Datum Wijzigingen
1.0 12.10.2012 Eerste versie
1.1 30.01.2020 Complete text revision