Instrumentcode: L06-01
Naam: Monsternemer voor pijpleidingen
Synoniemen: Monsternemings-klep voor brandstoftanks van wegvoertuigen die langs de onderzijde worden gevuld.
Beschrijving: De monsternemer voor pijpleidingen wordt beschreven in EN ISO 3170 (hoofdstuk 5.4). Vervaardigd uit metaal:
  1. roestvrij staal voor het bemonsteren van benzine,
  2. messing kan worden gebruikt voor het bemonsteren van gasolie (diesel).
Afbeelding:

Toepassing: Voor het bemonsteren van brandstof in beweging. De monsternemer voor pijpleidingen moet voldoen aan de normen voor het te bemonsteren product. De monsternemings-klep wordt bevestigd aan de onderste klep op de tank. De laad-/losleiding wordt dan bevestigd aan de monsternemings klep.
Werking: Monsters nemen van brandstoftanks die langs de onderzijde worden gevuld:
  • Monsters mogen alleen op hiertoe aangegeven plaatsen worden genomen tijdens het laden of lossen van brandstof, bv. een benzinestation of raffinaderij (risico van ontploffing en milieuverontreiniging).
  • De monsterneming wordt uitgevoerd met behulp van materiaal voor ononderbroken automatische of handmatige monsterneming, waarbij gelijke hoeveelheden vloeistof van de pijpleiding naar de monsterhouder worden overgebracht.
  • Voordat een monster wordt genomen, moet de monsternemings-apparatuur worden gespoeld. Hiertoe laat u ongeveer drie keer het volume van de uitrusting door de leidingen stromen.
Monsters worden genomen wanneer ongeveer 20%, 50% en 80% van het totale volume van de tank is gelost (EN ISO 3170 Vloeibare aardolieproducten. Handmatige monsterneming). Giet de monsters rechtstreeks in de monsterflessen of in het mengvat.
Typische voorbeelden: Monsterneming van brandstoffen (diesel, benzine en andere vloeistoffen op basis van minerale oliën) uit de brandstoftank van wegvoertuigen die langs de onderzijde worden gevuld.
Reiniging en onderhoud: Verwijder na het bemonsteren alle brandstofresten – veeg schoon met een droge doek. Reinig indien nodig met een borstel, was met benzine en dan met water en een reinigingsmiddel en laat drogen op kamertemperatuur. De monsternemer moet schoon en vrij zijn van alle stoffen die het te bemonsteren materiaal kunnen verontreinigen (zoals water, vuil, pluis, wasmiddelverbindingen, nafta en andere oplosmiddelen, soldeerfluxen, zuren, roest en olie).


Herzieningen
Versie Datum Wijzigingen
1.0 12.10.2012 Eerste versie